• Homepage
  • >
  • Mannen
  • >
  • Van Ao Nang naar de Phi Phi Islands: Maya Bay, snorkelen en tropische eilanden

Van Ao Nang naar de Phi Phi Islands: Maya Bay, snorkelen en tropische eilanden

  • Menfacts
  • augustus 20, 2026
  • Comments Off
maya beach film the beach

Na onze geweldige dag tussen de olifanten en op de ATV’s door de jungle van Krabi stond het volgende avontuur alweer voor de deur. Tegelijkertijd moesten we die dag afscheid nemen van The Vatika Resort and Spa. We hadden hier graag nog een paar nachten willen blijven, maar omdat alles volgeboekt was, hadden we voor onze laatste twee nachten in Ao Nang een kamer bij Hula Hula Resort geboekt. We hadden alleen weinig zin om een complete vakantiedag kwijt te zijn aan uitchecken, wachten en opnieuw inchecken. Daarom pakten we de avond ervoor onze tassen alvast in, checkten we de volgende ochtend vroeg uit en lieten we onze bagage bij de receptie van The Vatika achter. Na nog even te hebben ontbeten konden we direct op pad, want die dag stond een boottocht naar de beroemde Phi Phi Islands op het programma.

Dit was zo’n excursie waarvan je vooraf eigenlijk al weet dat het behoorlijk toeristisch gaat worden. We zouden onder andere Maya Bay, Monkey Beach en Koh Phi Phi bezoeken, tussendoor gaan zwemmen en snorkelen en uiteindelijk nog een tijdje op een ander tropisch strand doorbrengen. Maya Bay kende ik natuurlijk vooral van de film The Beach met Leonardo DiCaprio. Die film kwam in 2000 uit en zorgde ervoor dat deze toch al prachtige baai wereldberoemd werd. Het was daarom een van die plekken die ik tijdens onze reis door Thailand graag een keer met eigen ogen wilde zien.

Met een pick-up richting de boten

We werden ’s ochtends bij ons resort opgehaald met een typisch Thais vervoermiddel: een pick-uptruck waarvan de laadbak was voorzien van twee bankjes aan de zijkanten en een soort tentdak erboven. We namen plaats achterin en reden vervolgens langs verschillende andere accommodaties om nog een tiental toeristen op te halen. Uiteindelijk werden we allemaal afgezet bij een grote verzamelplaats vanwaar verschillende excursies richting de eilanden vertrokken.

Er wordt vaak gezegd dat onze Europese zomer voor een groot deel van Thailand als laagseizoen geldt. In Krabi valt deze periode samen met het regenseizoen, waardoor het weer minder voorspelbaar is en de zee ruwer kan zijn. Ik kon me op dat moment alleen moeilijk voorstellen hoe druk het hier dan in het hoogseizoen moest zijn. Op de verzamelplaats stonden nu al overal toeristen te wachten en verschillende groepen werden voortdurend naar hun boten gestuurd. Thailand mag dan in het regenseizoen minder bezoekers trekken dan tijdens de droge wintermaanden, rustig zou ik het hier bepaald niet noemen.

We kregen eerst een korte introductie over het verloop van de dag, waarna onze groep richting de speedboot werd gestuurd. De boot bood plaats aan ongeveer veertig tot vijftig personen en wij besloten voorin te gaan zitten, in het open gedeelte. Lekker in de buitenlucht, goed uitzicht over zee en de wind in je gezicht. Dat leek ons een uitstekend idee.

Voor onze 16-jarige zoon bleek het iets minder ideaal.

Met een speedboot over de golven richting Maya Bay

Zodra de speedboot snelheid begon te maken, merkten we hoe hard zo’n boot over de golven kan stuiteren. Voorin voel je iedere golf extra goed en onze zoon werd al vrij snel misselijk. Hij besloot daarom naar het overdekte gedeelte van de boot te gaan. Dat klinkt eenvoudiger dan het is, want jezelf op een snelvarende en stuiterende speedboot naar achteren verplaatsen is al een klein avontuur op zich.

Wij bleven voorin zitten en zagen langzaam de eerste karakteristieke eilanden van de Phi Phi-archipel verschijnen. Het landschap hier is werkelijk spectaculair. Enorme groene kalkstenen rotsen rijzen bijna loodrecht uit het turquoise water omhoog. Het lijkt soms bijna onwerkelijk en naarmate we dichter bij Maya Bay kwamen, werd het uitzicht alleen maar indrukwekkender.

Bij aankomst werd tegelijkertijd onmiddellijk duidelijk hoe populair deze plek is. Voor de kust lagen verschillende speedboten en bij de drijvende aanlegsteiger was het een komen en gaan van groepen toeristen. Ook onze boot meerde aan en we werden verzocht om meteen door te lopen. Niet blijven staan, niet uitgebreid foto’s maken op de steiger en vooral ruimte maken voor de volgende groep, want achter ons kwamen alweer tientallen andere bezoekers aan.

En toch was mijn eerste indruk vooral: wow.

Maya Bay: is het werkelijk zo mooi als op de foto’s?

Het water rondom de aanlegsteiger was ongelooflijk helder en had die typische blauwgroene kleur die je normaal gesproken vooral op bewerkte vakantiefoto’s denkt te zien. Onder de steiger zwommen tropische vissen en rondom ons rezen enorme begroeide rotswanden uit het water omhoog. Het zag er werkelijk paradijselijk uit.

Vanaf de aanlegplaats liepen we verder richting Maya Bay zelf. De baai ligt op het onbewoonde eiland Phi Phi Leh en wordt vrijwel volledig omsloten door hoge kalkstenen kliffen. Juist die natuurlijke kom maakt Maya Bay zo bijzonder. Het witte zand, het ondiepe turquoise water, de jungle en de enorme rotswanden vormen samen een landschap dat bijna te mooi lijkt om echt te zijn.

De wereldwijde bekendheid heeft echter ook een keerzijde gehad. Na jaren van massatoerisme raakte het kwetsbare ecosysteem zwaar beschadigd en werd Maya Bay in 2018 gesloten om de natuur de kans te geven zich te herstellen. Toen de baai jaren later weer openging, kwamen er veel strengere regels. Bezoekers mogen tegenwoordig niet zomaar meer in de baai zwemmen en de toegang wordt gereguleerd om het kwetsbare zeeleven en de koralen beter te beschermen.

Tijdens ons bezoek kregen we ongeveer een half uur om Maya Bay te bekijken. Dat klinkt niet lang en dat is het eerlijk gezegd ook niet. Je loopt naar het strand, kijkt rond, maakt foto’s en voor je gevoel moet je alweer langzaam richting het afgesproken verzamelpunt.

Maar wat een plek.

Een paradijs dat je met honderden anderen moet delen

Maya Bay is werkelijk prachtig. Tegelijkertijd moet ik daar wel iets bij zeggen: het beeld dat ik vooraf in mijn hoofd had van een verlaten tropische baai waar je in alle rust over een wit strand loopt, kun je beter thuislaten.

Het was druk.

Heel druk.

Overal stonden mensen foto’s en filmpjes te maken en voortdurend kwamen er nieuwe groepen toeristen bij. Ik besef me daarbij natuurlijk heel goed dat wij zelf óók onderdeel waren van die drukte. Het zou een beetje hypocriet zijn om te klagen over alle toeristen terwijl je zelf met een speedboot vol bezoekers komt aanvaren. Toch doet die enorme hoeveelheid mensen wel iets met de ervaring. Het landschap is paradijselijk, maar sereen kun je het moeilijk noemen.

Op het strand stond een medewerker met een megafoon bezoekers er voortdurend aan te herinneren dat ze niet zomaar de zee in mochten. Het water van Maya Bay is tegenwoordig beschermd en je mag er niet zwemmen. Een van de redenen om de menselijke druk hier te beperken is het herstel van het ecosysteem.

Ook werd verteld dat er jonge blacktip reef sharks, oftewel zwartpuntrifhaaien, in het ondiepe water zwemmen en dat we die dieren uiteraard met rust moesten laten.

In eerste instantie dacht ik nog een beetje sceptisch dat het verhaal over de haaien misschien vooral bedoeld was om toeristen ervan te weerhouden verder het water in te lopen.

Totdat ik ze zelf zag.

Kleine haaien in de branding van Maya Bay

In het ondiepe, kristalheldere water zagen we daadwerkelijk een groepje kleine zwartpuntrifhaaien zwemmen. Gewoon een paar meter van het strand.

Dat vond ik ontzettend bijzonder.

De zwartpuntrifhaai is een haaiensoort die veel voorkomt rondom ondiepe tropische koraalriffen. Je herkent hem onder andere aan de donkere uiteinden van zijn vinnen. Vooral jonge dieren gebruiken ondiepe kustgebieden als leefgebied, waardoor ze op plekken als Maya Bay soms opvallend dicht bij het strand kunnen komen.

Zwartpuntrifhaai

We bleven uiteraard op afstand en bekeken ze vanaf het strand. Dat zulke dieren weer in de baai worden gezien, maakt ook duidelijk waarom bescherming van deze plek belangrijk is. De Thaise autoriteiten hanteren tegenwoordig bredere regels om kwetsbare koraalgebieden te beschermen; daarbij is onder andere het aanraken of verstoren van zeeleven verboden.

We liepen zover over het strand als toegestaan, maakten natuurlijk veel te veel foto’s en filmpjes en probeerden het landschap zoveel mogelijk in ons op te nemen. Daarna moesten we alweer terug richting de boot.

Maya Bay konden we daarmee van ons lijstje afstrepen. Toeristisch? Ontzettend. Druk? Absoluut. Maar zou ik het daarom overslaan?

Nee.

Daarvoor vond ik het simpelweg te mooi.

Zwemmen tussen de enorme rotsen

Na Maya Bay voeren we verder en stopten we op een plek die bijna volledig werd omgeven door enorme kalkstenen rotswanden. Hier mochten we eindelijk wél het water in.

Na de warme wandeling over Maya Bay en het stuiteren op de speedboot kwam dat als geroepen. We sprongen vanaf de boot het water in en kregen ongeveer een half uur om te zwemmen. Wie dat wilde kon een reddingsvest gebruiken, wat voor minder sterke zwemmers geen overbodige luxe is. Je bevindt je hier namelijk op open water en kunt nergens even met je voeten op de bodem gaan staan.

Het water was heerlijk en het uitzicht vanaf zee misschien nog wel mooier dan vanaf de boot. Terwijl je ronddrijft kijk je tegen die gigantische begroeide rotswanden omhoog. Het contrast tussen het groene landschap en het heldere water is precies wat de omgeving van Krabi en de Phi Phi-eilanden zo spectaculair maakt.

Na ongeveer een half uur werden we weer aan boord geroepen. Tijd voor het onderdeel waar ik misschien nog wel het meest naar uitkeek: snorkelen.

Snorkelen bij de Phi Phi Islands

Op onze volgende stop kregen we ongeveer drie kwartier tot een uur de tijd om te snorkelen. Masker op, snorkel in en het water in.

En opnieuw: wow.

Boven water is deze omgeving al prachtig, maar onder water gaat er een compleet nieuwe wereld open. We zagen ontzettend veel verschillende tropische vissen. Grote groepen sergeant major fish zwommen om ons heen en tussendoor zagen we onder andere papegaaivissen, doktersvissen, trekkervissen en needlefish. Zelfs Nemo kwam voorbij: tussen het koraal zagen we een clownvis.

Het leuke aan snorkelen is dat je helemaal geen ervaren duiker hoeft te zijn om ontzettend veel te zien. Je drijft gewoon aan de oppervlakte en kijkt naar alles wat enkele meters onder je gebeurt. Overal bewegen vissen tussen het koraal door en telkens wanneer je denkt alles gezien te hebben, verschijnt er weer een andere kleur of vorm.

Volgens de huidige Thaise beschermingsregels voor snorkel- en duikgebieden moet je daarbij afstand houden van het koraal en mag je zeedieren en koralen niet aanraken of voeren. Dat is ook niet meer dan logisch: juist omdat zoveel mensen deze plekken bezoeken, is het belangrijk dat iedereen probeert zo weinig mogelijk achter te laten.

En toen zagen we iets wat ik totaal niet had verwacht.

Op ongeveer een meter afstand zwom ineens een kleine zwartpuntrifhaai voorbij.

Na de jonge haaien bij Maya Bay was dit de tweede keer op één dag dat we een blacktip reef shark zagen, maar nu lagen we zelf in het water. Het dier zwom rustig voorbij en verdween vervolgens weer tussen het blauw.

Voor mij was dat zonder twijfel een van de hoogtepunten van de dag.

Via Monkey Beach naar Koh Phi Phi

Na het snorkelen klommen we weer aan boord en voeren we richting Monkey Beach. Zoals de naam al doet vermoeden, staat dit strand bekend om de makaken die hier regelmatig op en rondom het strand verschijnen. We hadden alleen pech: tijdens ons bezoek lieten de apen zich niet zien.

We voeren vervolgens verder richting Koh Phi Phi, waar het tijd was voor de lunch. Voor onze groep stond een goed verzorgd buffet klaar en na een ochtend op zee smaakte dat uitstekend. In totaal kregen we hier ongeveer twee uur de tijd, waardoor we na het eten nog rustig over het eiland konden rondlopen.

Koh Phi Phi voelde daarbij heel anders dan Maya Bay. Hier vind je accommodaties, restaurants, winkeltjes en allerlei toeristische voorzieningen. Het eiland is duidelijk volledig ingericht op bezoekers. We liepen wat rond, bekeken de omgeving en hadden eigenlijk best wat geluk gehad met het weer.

Daar was het regenseizoen weer

Tijdens onze wandeling begon het te regenen. Eerst nog redelijk rustig, maar tegen de tijd dat we weer op de boot stapten ging het behoorlijk tekeer.

En dan merk je ineens waarom deze periode het regenseizoen wordt genoemd.

De regen kwam met bakken uit de lucht en binnen de kortste keren was vrijwel iedereen op de boot drijfnat. Veel beschutting heb je op zo’n speedboot niet en de combinatie van regen, wind en opspattend zeewater zorgt ervoor dat je uiteindelijk maar één ding kunt doen: accepteren dat je nat bent.

Ergens hoort het ook wel bij reizen door Thailand in deze periode. Het ene moment zwem je onder een blauwe lucht tussen tropische vissen en een uur later zit je compleet doorweekt op een speedboot.

Gelukkig bleef het programma gewoon doorgaan.

Nog even ontspannen op Mango Beach

We maakten later nog een stop bij Mango Beach, waar we ongeveer anderhalf uur de tijd kregen. Na alle indrukken van Maya Bay, het snorkelen, Koh Phi Phi en de stortregen was het eigenlijk wel lekker om een tijdje niet zoveel te hoeven.

Gewoon even het strand op, rondkijken en genieten van het feit dat we ons midden tussen de tropische eilanden van Thailand bevonden.

Daarna was het tijd om weer terug te varen richting Ao Nang. Het was een lange dag geweest en de excursie was absoluut massaler dan sommige van onze eerdere activiteiten, maar ik had hem voor geen goud willen missen.

Maya Bay zien, tussen tropische vissen snorkelen, kleine zwartpuntrifhaaien spotten, zwemmen tussen de enorme kalkstenen rotsen en verschillende eilanden bezoeken: ondanks alle andere toeristen was deze boottocht het wat mij betreft meer dan waard.

Van The Vatika naar Hula Hula Resort

Terug in Ao Nang moesten we nog even praktisch worden. Onze spullen lagen namelijk nog bij The Vatika. We haalden onze tassen op, namen definitief afscheid van het resort waar we zo graag nog wat langer waren gebleven en vertrokken richting onze accommodatie voor de komende twee nachten: Hula Hula Resort.

Gelukkig bleek ook dat opnieuw een prima keuze. Hula Hula was een mooi resort met een heerlijk zwembad en na alle activiteiten van de afgelopen dagen besloten we dat het de volgende ochtend tijd was om het tempo eens flink omlaag te gooien.

Geen wekker voor een excursie, geen speedboot en even nergens naartoe.

We ontbeten rustig en brachten daarna een groot deel van de ochtend bij het zwembad door. Kokosnoten erbij, lekkere fruitshakes bestellen en vooral helemaal niets hoeven. Na Bangkok, fietsen door Chinatown, de jungle, olifanten, ATV’s en een complete dag eilandhoppen was dat eigenlijk precies wat we nodig hadden.

Er was alleen één ding waar we langzaam over moesten gaan nadenken.

Waar gingen we hierna eigenlijk naartoe?

Wat wordt onze volgende bestemming?

Dat was tegelijkertijd het voordeel en nadeel van onze manier van reizen. We hadden niet onze complete Thailandreis vooraf vastgelegd. Daardoor konden we langer in Ao Nang blijven toen het ons hier goed beviel, maar het betekende ook dat we nu daadwerkelijk een beslissing moesten nemen over onze volgende bestemming.

Uiteindelijk hakten we de knoop door.

We zouden Krabi verlaten en richting Koh Phangan reizen.

Dat betekende dat we de volgende dag eerst met een bus richting de pier moesten en daar vervolgens een catamaran naar het eiland zouden nemen. Daarmee zouden we bovendien de Andamanse kant van Thailand achter ons laten en richting de Golf van Thailand reizen.

Maar voordat het zover was, hadden we nog een middag in Krabi.

Voor nog geen vijf euro een scooter huren

Mijn vriendin had zin in een Thaise massage en mijn zoon en ik besloten ondertussen nog een klein avontuur te ondernemen. We huurden een scooter.

Dat kostte ons voor de rest van de dag nog geen vijf euro.

We besloten daarmee richting Krabi Town te rijden. Alleen al de rit was de moeite waard. Op een scooter beleef je de omgeving toch weer anders dan vanuit een taxi of busje. Je rijdt tussen de enorme kalkstenen rotsformaties door, ziet overal tropische begroeiing en komt onderweg tempels en kleine dorpjes tegen.

Onderweg kwamen we onder andere langs een tempel en zagen we een enorme liggende Boeddha tegen het bergachtige landschap. Dat zijn precies de momenten waarop een simpele scooterrit ineens onderdeel van je reiservaring wordt.

We hadden vooraf een beetje verwacht dat Krabi Town net zo toeristisch zou zijn als Ao Nang, maar dat viel ons tijdens onze korte rit eigenlijk behoorlijk mee. Het voelde veel meer als een gewone Thaise stad. Nu moet ik daar wel bij zeggen dat we er slechts vluchtig met onze scooter doorheen reden en dus absoluut niet genoeg hebben gezien om een volledig oordeel over Krabi Town te geven.

We keken op een gegeven moment naar de lucht en realiseerden ons dat de zon alweer behoorlijk laag stond, dus dat betekende dat we de terugweg moesten gaan inzetten.

Voor het donker terug naar Ao Nang

Vanaf Krabi Town was het voor ons ongeveer 45 minuten tot een uur rijden terug naar Ao Nang en we wilden het liefst niet het hele stuk in het donker afleggen. We draaiden daarom om en begonnen aan de terugrit.

Ook nu was het landschap weer prachtig. Eigenlijk hadden we achteraf best wat meer tijd voor deze scootertocht willen uittrekken. Met een eigen scooter heb je de vrijheid om onderweg overal te stoppen en juist dat is in een omgeving als Krabi ontzettend leuk.

Een belangrijke kanttekening voor wie zelf in Thailand een scooter wil huren: controleer vooraf goed of je rijbewijs en internationaal rijbewijs geldig zijn voor het type motorvoertuig dat je huurt en zorg dat je verzekering motorrijden daadwerkelijk dekt. De scooters die in Thailand worden verhuurd vallen doorgaans niet simpelweg onder dezelfde regels als een Nederlandse snorfiets.

Wij leverden onze scooter weer in en daarmee zat ook onze laatste volledige dag in Ao Nang erop.

Afscheid van Krabi en op naar Koh Phangan

De volgende ochtend ontbeten we nog één keer bij Hula Hula Resort en pakten daarna onze spullen. We werden opgehaald door een busje dat ons naar een busterminal bracht. Vanaf daar gingen we verder met een bus richting de pier van Lomprayah, waar de volgende etappe van onze reis op ons wachtte.

Een catamaran richting Koh Phangan.

Het voelde ergens vreemd om Krabi alweer achter ons te laten. We waren hier uiteindelijk maar een aantal dagen geweest, maar in die korte tijd hadden we ontzettend veel meegemaakt. We hadden Ao Nang ontdekt, tussen de kalkstenen rotsen geslapen, een vuurshow op het strand gezien, met olifanten door de jungle gelopen, op ATV’s door de modder gedrift, Maya Bay bezocht, tussen tropische vissen en kleine haaien gesnorkeld en waren op de scooter richting Krabi Town gereden.

Tegelijkertijd was dit precies waarom we niet alles vooraf wilden vastleggen. We hadden geen strak schema dat bepaalde dat we op een specifieke dag ergens moesten zijn. We hadden besloten langer in Ao Nang te blijven omdat het ons beviel en nu hadden we simpelweg weer zin in iets nieuws.

Onze tassen gingen de bus in, Krabi verdween langzaam achter ons en enkele uren later zouden we op de catamaran stappen richting een nieuw eiland.

Op naar Koh Phangan.

Maar dat is weer een verhaal voor de volgende blog.

Previous «