Je hebt eindelijk koffie gevonden waar je blij van wordt. Vol, lekker zoet, precies goed. Dus neem je een zak mee naar kantoor. Collega’s erbij, bonen in de machine, op de knop drukken. Eerste slok. Hm. Dit was thuis toch echt lekkerder.
Het is een denkbeeldig tafereel, maar de vraag erachter is interessant: hoeveel van je favoriete koffie zit eigenlijk in de boon, en hoeveel in de manier waarop je hem zet?
Dezelfde zak, een ander recept
Op twee machines kan dezelfde knop staan: espresso. Daarmee is nog niet gezegd dat er hetzelfde in je kopje belandt. De ene machine gebruikt een andere hoeveelheid gemalen koffie, laat meer water doorlopen of maalt anders. Ook de zetgroep, waarin water en koffie bij elkaar komen, verschilt per model.
Vergelijk het met een recept dat iemand uit zijn hoofd probeert na te maken. De ingrediënten kloppen, maar de verhoudingen zijn veranderd. Dan krijg je een ander resultaat.
Vooral de hoeveelheid in je kopje is een handige eerste aanwijzing. Thuis drink je misschien een kleine espresso; op kantoor kies je een grote koffie. Ook met dezelfde bonen zijn dat twee verschillende bereidingen.
Die drie boontjes op het scherm zeggen niet alles
Bij veel volautomaten regelt de sterkte-instelling hoeveel gemalen koffie wordt gebruikt. De hoeveelheid water is een aparte instelling. Wat die symbolen precies betekenen, verschilt per apparaat.
Een grotere kop maken met dezelfde hoeveelheid koffie verandert de verhouding. Hoe dat smaakt, hangt ook af van de zetwijze: laat de machine extra water door de koffie lopen, of voegt hij apart heet water toe? Wie de oorspronkelijke smaak zoekt, moet dus eerst weten wat de knop werkelijk doet.
De maling speelt eveneens mee. Grover gemalen koffie laat water doorgaans sneller door dan fijner gemalen koffie. Dezelfde stand op twee verschillende molens is alleen geen garantie voor dezelfde maalgraad.
Begin met kijken
Bij Baristocrats begint het beoordelen van de afstelling vaak bij de espresso. Hoe komt die eruit? Loopt hij vlot door, blijft hij moeizaam druppelen of verandert het tempo sterk? Hoeveel zit er uiteindelijk in het kopje?
Dat levert aanwijzingen op. Een mooi straaltje bewijst nog niet dat de smaak goed is, maar helpt wel bepalen waar je moet zoeken. Zodra de bereiding redelijk verloopt, wordt proeven de volgende stap.
Voor een kleine vergelijking hoef je geen baristalaboratorium in te richten. Kies op beide machines een vergelijkbare drank en noteer wat je anders vindt: dunner, scherper, bitterder of juist minder uitgesproken. Dat helpt meer dan alleen “deze is slechter”.
Laat op kantoor degene die de machine beheert de instellingen bekijken. Sommige aanpassingen zijn beschermd of vragen kennis van het specifieke model. Thuis volg je de handleiding en verander je één instelling tegelijk, zodat je kunt volgen wat die doet.
Je favoriete boon hoeft niet overal de winnaar te zijn
Soms valt er veel te verbeteren met afstelling. Soms past een andere koffie beter bij de machine en de dranken die je ermee maakt. Je fruitige filterkoffie voor zondagochtend hoeft bijvoorbeeld niet de beste keuze te zijn voor de cappuccino’s van het hele team.
Daarom kijkt Baristocrats bij koffiebonen voor kantoor naar de combinatie van smaakvoorkeur, machine en bereiding. Een nieuwe zak kiezen en de instellingen ongemoeid laten, vertelt maar een deel van het verhaal.
Neem je favoriete koffie dus gerust mee als inspiratie. Vertel vooral wat je er lekker aan vindt. Met “ik zoek die volle smaak, zonder die droge afdronk” kan een koffiepartner iets beginnen. Met alleen dezelfde verpakking ben je er nog niet.





