Na onze eerste dagen in Bangkok, een schitterende fietstocht door Bangkok en een olifanten sanctuary in Krabi was het tijd voor het volgende deel van onze reis door Thailand. Vanaf Krabi hadden we de bus richting de pier genomen en daar stapten we op de catamaran naar Koh Phangan. Het eiland is bij veel reizigers natuurlijk vooral bekend vanwege de beroemde Full Moon Party bij Haad Rin, maar wij wilden juist ook ontdekken wat er buiten dat feestgedeelte van het eiland te zien was. Bij aankomst pakten we een busje dat ons naar het huis bracht dat we voor de komende dagen via Airbnb hadden gehuurd.
Van tevoren had ik om de een of andere reden het idee gekregen dat veel op Koh Phangan wel te belopen zou zijn. Dat bleek al vrij snel een behoorlijke inschattingsfout. Koh Phangan is veel groter en heuvelachtiger dan ik me vooraf had voorgesteld en ons huis lag bovendien helemaal aan het einde van een lange hoofdweg. Voor een klein wandelingetje was dat prima, maar wanneer je verschillende stranden en andere delen van het eiland wilt bezoeken, heb je eigenlijk wel vervoer nodig.
Over ons huis hadden we verder weinig te klagen. We hadden twee slaapkamers met airconditioning, een badkamer met warm water, een woonkamer met televisie en Netflix en een keuken met onder andere een kookstel, waterkoker, koffiezetapparaat en koelkast. Zeker wanneer je met zijn drieën reist, vond ik het prettig om eens wat meer ruimte te hebben dan alleen een hotelkamer. Na aankomst hadden we echter weinig behoefte om uitgebreid in ons huis rond te hangen. De reis vanuit Krabi had een groot deel van de dag gekost en we hadden nauwelijks iets gegeten. Tijd om op zoek te gaan naar eten.
Onze eerste wandeling over het strand van Koh Phangan

We besloten richting het strand te lopen en daar ergens een restaurant te zoeken. Zodra we bij zee aankwamen, waren we meteen blij dat we Koh Phangan aan onze reis hadden toegevoegd. Het strand op dit gedeelte van het eiland voelde behoorlijk ongerept aan. Er waren weinig toeristen en tijdens de schemering zagen we vooral wat locals in de omgeving. Hier en daar werd blad en ander plantaardig afval verbrand en de geur van de rook hing in de warme avondlucht.
Die geur bracht bij mij onmiddellijk herinneringen terug aan eerdere reizen door onder andere de Filipijnen, Peru en Yucatan in Mexico. Grappig hoe een geur je in een fractie van een seconde jaren terug in de tijd kan brengen. Het voelde voor mij meteen weer als reizen: warme lucht, rook van een vuurtje, palmbomen en ondertussen met blote voeten door de branding lopen.
We liepen een flink stuk over het strand en gingen eigenlijk gewoon door totdat we een restaurant tegenkwamen dat ons aansprak. Uiteindelijk vonden we een fantastische plek met uitzicht over zee, ontspannen loungemuziek en precies de sfeer waarop je hoopt wanneer je op een tropisch eiland bent aangekomen. We ploffen neer, bestelden eten en realiseerden ons dat we het opnieuw goed getroffen hadden.
Scooters huren
Het was inmiddels donker en we hadden best een aardig eind gelopen. Terug konden we via een drukkere weg wandelen, of via donkere en grotendeels onverlichte paden langs het strand. Geen van beide opties sprak ons bijzonder aan.
Ik opende Google Maps en zag toevallig dat er vlak bij het restaurant een scooterverhuurder zat. Dat kwam eigenlijk perfect uit, want inmiddels hadden we ook al geconcludeerd dat scooters tijdens ons verblijf op Koh Phangan behoorlijk handig zouden zijn. Het eiland is simpelweg te groot om alles te voet te doen en juist met een scooter heb je de vrijheid om spontaan ergens af te slaan of bij een strand te stoppen.
We huurden twee scooters en reden daarmee terug naar ons huis.Wat een verschil.Vanaf dat moment voelde het ineens alsof het hele eiland voor ons openlag. Je stapt op wanneer je wilt, rijdt naar een strand aan de andere kant van het eiland en stopt onderweg wanneer je iets bijzonders ziet. Het scooter rijden zou uiteindelijk een van mijn favoriete onderdelen van ons verblijf op Koh Phangan worden.
’s Avonds met mijn zoon naar Haad Rin

Diezelfde avond had ik eigenlijk nog helemaal geen zin om thuis te blijven. Mijn zoon en ik besloten daarom op de scooters richting Haad Rin te rijden.
Haad Rin ligt in het zuidoosten van Koh Phangan en is wereldberoemd vanwege de Full Moon Party, die rondom volle maan tienduizenden feestgangers naar het strand kan trekken. Het is waarschijnlijk het bekendste feest van Thailand en voor sommige reizigers zelfs de belangrijkste reden om Koh Phangan te bezoeken. De Tourism Authority of Thailand noemt Hat Rin expliciet als de plek waar iedere volle maan de Full Moon Party wordt gehouden.
Wij waren er niet tijdens zo’n Full Moon Party en ik was eigenlijk juist benieuwd hoe Haad Rin er op een normale avond uitzag.
We parkeerden onze scooters ergens bij de drukke winkelstraten en liepen richting het strand. Daar kwamen we uit op een groot zandstrand met meerdere strandbars en uitgaansgelegenheden. Voor vrijwel iedere zaak stonden grote terrassen met loungestoelen en zitzakken en ervoor werden vuurshows opgevoerd.
Op zichzelf vind ik vuurshows geweldig. We hadden eerder in Ao Nang ook een vuurshow gezien en daar vond ik de sfeer fantastisch. In Haad Rin voelde het voor mij toch anders.
Wanneer iets bijzonders bijna normaal wordt
De artiesten deden zonder twijfel indrukwekkende dingen met vuur. Technisch was er absoluut niets op aan te merken. Toch had ik hier een vreemd gevoel bij. Het leek alsof deze shows zo vaak worden opgevoerd dat zowel de artiesten als het publiek er bijna aan gewend zijn geraakt.
De artiesten draaiden hun routines af en voor mijn gevoel zat er weinig enthousiasme meer achter. Misschien beoordeelde ik dat helemaal verkeerd en was het gewoon hun zoveelste show van de avond, maar het voelde een beetje mechanisch.
Nog opvallender vond ik het publiek. Mensen lagen onderuitgezakt in zitzakken, sommigen hielden hun telefoon omhoog om wat filmpjes te maken en verder leek bijna niemand echt te reageren.
Na een optreden begon ik gewoon te klappen.
Mijn zoon keek me aan alsof ik iets vreemds deed.
“Wat doe je?”
“Eh… klappen?”
“Dat doet niemand.”
Ik keek om me heen.
Hij had gelijk.
Vrijwel niemand klapte.
En ergens vond ik dat ontzettend raar. Er staan mensen voor je met brandende stokken en touwen allerlei spectaculaire trucs uit te voeren en blijkbaar is het zo normaal geworden dat het publiek nauwelijks nog reageert.
Misschien zegt dat ook iets over wat massatoerisme met bepaalde plekken kan doen. Iets wat ooit bijzonder en spectaculair was, verandert langzaam in iets dat iedere avond op exact dezelfde manier wordt opgevoerd voor steeds weer een nieuwe groep toeristen.
Wietwinkels en ‘very special cocktails’
Na een paar biertjes op het strand liepen mijn zoon en ik terug door Haad Rin. Buiten de Full Moon Party om voelde het plaatsje verrassend rustig aan. Er waren natuurlijk bars, restaurants en winkels open, maar op sommige plekken voelde het bijna leeg. Ik kon me moeilijk voorstellen hoe groot het contrast moest zijn wanneer hier tijdens volle maan enorme aantallen feestgangers rondlopen.
Wat ons ook opviel waren de vele cannabiswinkels. Thailand haalde cannabis in 2022 van de lijst met verboden verdovende middelen en in de jaren daarna schoten cannabiswinkels vooral in toeristische gebieden als paddenstoelen uit de grond. De regels zijn inmiddels echter behoorlijk veranderd: sinds juni 2025 zijn cannabisbloemen aangemerkt als gecontroleerd kruid en is de verkoop ervan gekoppeld aan medisch gebruik en een voorschrift.
Daarnaast zagen we op verschillende plekken reclame voor zogenaamde “very special cocktails”. Ik vermoedde dat hiermee mogelijk verwezen werd naar de beruchte mushroom shakes waar Koh Phangan al jarenlang om bekendstaat. Wat er daadwerkelijk in deze specifieke cocktails zat, weet ik niet, dus dat ga ik ook niet beweren. Psilocybinehoudende paddo’s zijn in Thailand overigens gewoon illegaal; de Thaise FDA waarschuwt expliciet dat deze onder de verboden narcotische middelen vallen.
Ik hield het gewoon bij een biertje.
Waarom start die scooter nou niet?
Toen we weer bij onze scooters aankwamen, kregen we ineens een probleem. Eén van de scooters wilde niet starten.
We drukten op de startknop. Niets. Nog een keer.
We probeerden van alles en gingen uiteindelijk zelfs met de kickstarter aan de slag. Maar wat we ook deden, die scooter weigerde dienst.
Na een tijdje hadden we het wel gezien. Eén scooter deed het gelukkig nog wel, dus we besloten met die scooter richting het verhuurbedrijf te rijden. Dat was ongeveer twintig minuten verderop.
Daar aangekomen legden we het probleem uit.
De medewerker keek ons aan en stelde direct één simpele vraag:
“Heb je de standaard wel helemaal ingeklapt?”
Oei.
Op dat moment begon de twijfel al toe te slaan.
We reden terug naar Haad Rin, liepen naar onze scooter, klapten de zijstandaard volledig in en drukten op de knop.
De scooter startte meteen.
Pfff.
Weer iets geleerd.
Veel scooters hebben een beveiliging waardoor de motor niet gestart kan worden wanneer de zijstandaard nog uitgeklapt staat. Wanneer je dit niet weet, kun je dus heel lang aan een perfect werkende scooter gaan sleutelen.
Later tijdens onze reis kwamen we andere toeristen tegen met precies hetzelfde probleem. Dit keer konden wij ineens de ervaren scooterrijders uithangen.
“Heb je de standaard wel ingeklapt?”
En jawel.
Probleem opgelost.
Ontbijten met een geweldig uitzicht bij Sun Sky View

Tijdens onze scooterritten had ik langs de weg meerdere keren een bord van Sun Sky View Restaurant gezien. Alleen de naam vond ik al aantrekkelijk genoeg en dus stelde ik voor om daar de volgende ochtend te ontbijten.
Dat bleek een uitstekende keuze.
Sun Sky View ligt hoger tegen de heuvels en staat vooral bekend om het panoramische uitzicht over Koh Phangan en de zee. Zodra we daar aankwamen, begreep ik waarom mensen hier stoppen.
Wat een uitzicht.
Vanaf het restaurant kijk je uit over de kustlijn, met de groene heuvels van Koh Phangan onder je en de blauwe zee in de verte. Het was zo’n plek waar het eten bijna bijzaak wordt omdat je voortdurend om je heen zit te kijken.
Na het ontbijt stapten we weer op onze scooters. Voor die dag hadden we geen strak programma. We besloten simpelweg richting het noordoosten van Koh Phangan te rijden en onderweg te kijken waar we zouden uitkomen.

Met de scooter naar Thong Nai Pan Yai
Alleen de rit naar het noordoosten was al prachtig. Koh Phangan bestaat uit veel heuvelachtig en groen terrein en met de scooter rijd je voortdurend omhoog en omlaag door een tropisch landschap. Af en toe krijg je ineens uitzicht over zee en vervolgens verdwijn je weer tussen de bomen.
Uiteindelijk kwamen we terecht bij Thong Nai Pan Yai Beach.

Thong Nai Pan ligt in het noordoosten van Koh Phangan en bestaat uit twee naast elkaar gelegen baaien: Thong Nai Pan Yai en Thong Nai Pan Noi. “Yai” betekent groot en “Noi” klein; Thong Nai Pan Noi ligt noordelijker en beide stranden liggen maar een paar minuten rijden van elkaar.
Thong Nai Pan Yai bleek een prachtig strand. We zochten een willekeurig restaurant uit waar we lekker in stoelen konden zitten en dachten daar even iets te drinken.
Dat bleek achteraf niet het meest voordelige restaurant van Thailand te zijn.
Voor Thaise begrippen waren de prijzen behoorlijk stevig. We besloten het daarom bij een simpel colaatje te houden en gingen vervolgens vooral genieten van het strand.
Het zeewater was heerlijk. Bijna warm zelfs.
Je loopt het water in en hoeft eigenlijk helemaal niet te wennen aan de temperatuur. We zwommen een tijdje en genoten van de rustige omgeving voordat we onze spullen weer bij elkaar pakten en verder reden.
Een paar minuten verder: Thong Nai Pan Noi

Een paar minuten rijden verderop kwamen we bij het tweede strand: Thong Nai Pan Noi. De twee stranden liggen vlak naast elkaar en worden gezamenlijk vaak simpelweg Thong Nai Pan genoemd.
Ook hier stopten we.
We gingen wat eten en drinken en maakten daarna een lange wandeling over het strand. Hoewel Yai en Noi zo dicht bij elkaar liggen, vond ik het toch leuk om ze allebei te bekijken. Dat is nu precies het voordeel van een scooter op Koh Phangan: zie je ergens een bordje richting een strand, dan sla je gewoon af.
Geen dienstregeling, geen taxi regelen en geen idee of je een uur of vier uur blijft.
Heerlijk.
Op zoek naar een waterval

Op de heenweg hadden we ergens een bord richting een waterval gezien. Omdat we toch geen strak programma hadden, besloten we op de terugweg te kijken of we die konden vinden.
Dit werd een enigszins vreemde onderneming.
We kwamen uiteindelijk op een plek terecht waar we voorbij iets moesten lopen dat op een appartementencomplex of woningen van locals leek. Daarachter kwamen we in een rotsachtig gebied terecht waar blijkbaar een waterval hoorde te zijn.
Alleen was er op dat moment nauwelijks water.
Ik ben nog een behoorlijk stuk over de rotsen omhoog geklommen om te kijken of er verderop meer te zien was, maar ook daar was weinig spectaculairs te vinden. Overal lagen bovendien plastic buizen, waardoor ik me afvroeg of er water werd omgeleid of ergens naartoe werd gepompt.
Mogelijk was dit Than Prawet Waterfall, maar ik kan de naam hiervan niet direct achterhalen.
Niet iedere plek die je onderweg bezoekt hoeft tenslotte een spectaculaire bezienswaardigheid te zijn.
Soms volg je gewoon een bordje, klim je een stuk over rotsen, kom je tot de conclusie dat er bijna geen water is en rijd je daarna weer verder. Ook dat is reizen.
Zullen we naar een Jungle Party gaan?
Later die avond kwam mijn zoon met een volgend voorstel.
Of we niet naar een Jungle Party konden gaan.
Dat klonk mij eigenlijk best interessant in de oren. Niet eens per se omdat ik de hele nacht wilde feesten, maar ik was wel nieuwsgierig hoe zo’n feest midden in de jungle van Koh Phangan eruitzag.
Dus stapten we opnieuw op onze scooters.
We reden steeds verder de bergen in en langzaam werd de omgeving donkerder en rustiger. Totdat we in de verte muziek begonnen te horen.
Niet veel later verschenen er steeds meer lichtjes en neonversieringen tussen de bomen.
We zaten goed.
Via een hobbelig pad reden we verder naar beneden richting de ingang van het feest. De locatie zag er eigenlijk best spectaculair uit: midden in de jungle, overal licht en muziek en duidelijk een compleet feestterrein tussen de bomen.
Toen hoorden we de toegangsprijs. Ongeveer 42 euro per persoon. Dat vonden wij toch iets te veel van het goede om “even te gaan kijken”.
Mijn zoon twijfelde bovendien zelf of hij überhaupt binnen zou worden gelaten, aangezien hij pas 16 was. Daarmee was de keuze snel gemaakt. We draaiden om. Geen Jungle Party voor ons.
Koh Phangan bleek veel meer dan alleen de Full Moon Party
Die avond reden we weer door het donker terug naar ons huis. Inmiddels begon ik Koh Phangan steeds leuker te vinden. Vooraf kende ik het eiland vooral van verhalen over de Full Moon Party, maar na een paar dagen zag ik juist hoeveel meer er te ontdekken valt.
Haad Rin en het feesttoerisme zijn duidelijk een onderdeel van het eiland, maar stap op een scooter en rijd een half uur de andere kant op en je kunt ineens op een rustig tropisch strand staan waar vrijwel niemand is.
Dat contrast vond ik misschien wel het leukste aan Koh Phangan.
Je kunt ’s avonds tussen de strandbars en vuurshows in Haad Rin rondlopen en de volgende ochtend via kronkelende wegen door de jungle naar een vrijwel verlaten baai rijden. Onderweg stop je bij een restaurant met uitzicht over zee, zwem je in bijna warm zeewater en probeer je een waterval te vinden waarvan uiteindelijk nauwelijks iets over blijkt te zijn.
En juist doordat wij vooraf vrijwel niets hadden gepland, ontstonden dit soort dagen eigenlijk vanzelf.
De volgende ochtend wilde ik alleen iets anders.
Na een paar dagen samen op pad te zijn geweest besloot ik vroeg op te staan, mijn scooter te pakken en in mijn eentje op avontuur te gaan.





