Onze laatste stop: 20 uur in Beijing en de Chinese Muur

  • Menfacts
  • september 3, 2026
  • Comments Off

Onze reis door Thailand zat er bijna op. Bijna, want voordat we definitief naar huis zouden vliegen, wachtte ons nog één laatste avontuur: een tussenstop van ongeveer twintig uur in Beijing. Toen ik eerder onze vliegtickets voor een opvallend lage prijs boekte, vond ik zo’n lange overstap eigenlijk vooral een leuke bonus. Twintig uur in China betekende tenslotte dat we nog even iets compleet anders konden zien voordat we terug naar Nederland gingen. Op papier klonk dat geweldig. Op onze laatste dag in Thailand begon ik daar toch iets anders over te denken. Na weken reizen, vroege vluchten, boottochten, scooters, hikes en voortdurend onderweg zijn, vroeg ik me ineens af wat we in hemelsnaam twintig uur in China moesten gaan doen. We zouden midden in de nacht aankomen, waarschijnlijk nauwelijks slapen en vervolgens doodvermoeid Beijing in moeten. Het vooruitzicht om de hele dag met onze bagage door een miljoenenstad te sjouwen begon ineens een stuk minder aantrekkelijk te klinken.

Gelukkig had ik vooraf nog even goed gezocht naar een alternatief en via Booking.com een accommodatie gevonden waar we al vroeg konden inchecken: Beijing Mutianyu Great Wall Let’s go Hotel & Bar. Dat bleek achteraf misschien wel een van de beste beslissingen van deze hele tussenstop. De accommodatie ligt namelijk niet midden in Beijing, maar bij Mutianyu, een van de bekendste gedeelten van de Chinese Muur. Bovendien kon de man van de eigenaresse ons vanaf het vliegveld ophalen. Daarmee viel eigenlijk alles op zijn plek: we hoefden niet eerst uren door Beijing te zwerven, konden een paar uur slapen en zouden daarna vrijwel direct bij de Chinese Muur zitten.

Met onze zingende chauffeur richting Mutianyu

Na aankomst op het vliegveld werden we inderdaad opgehaald. Vervolgens begon een autorit van ongeveer zeventig minuten richting Mutianyu. Onze chauffeur bleek een bijzonder vrolijke man die onderweg regelmatig zat te zingen. Echt communiceren konden we nauwelijks. Hij sprak vrijwel geen Engels en wij uiteraard geen Chinees. Met een vertaalapp konden we elkaar zo nu en dan iets duidelijk maken, maar een normaal gesprek voeren was behoorlijk lastig. Toch voelde het meteen goed. Sommige mensen hebben helemaal geen gedeelde taal nodig om vriendelijk en gastvrij over te komen en deze man was daar een mooi voorbeeld van.

Na onze eerste korte kennismaking met Beijing aan het begin van onze reis merkten we opnieuw hoe handig een vertaalapp in China is. Waar je in Thailand op veel toeristische plekken nog aardig uit de voeten kunt met Engels, merkten wij in China dat dat een stuk moeilijker is. Een simpele translator-app op je telefoon maakt dan ineens het verschil tussen volledig langs elkaar heen praten en uiteindelijk toch begrijpen wat iemand bedoelt.

Toen we steeds verder buiten Beijing kwamen, veranderde ook het landschap. De enorme stad maakte plaats voor rustiger wegen, kleinere dorpjes en uiteindelijk steeds meer bergen. Na ongeveer zeventig minuten bereikten we onze accommodatie.

En daar werden we met open armen ontvangen.

Eerst maar eens een paar uur slapen

Ook bij het hotel verliep de communicatie voornamelijk via een combinatie van gebroken Engels, handgebaren en onze vertaalapp. Dat werkte eigenlijk verrassend goed. Vrijwel direct vroeg onze host of we later die dag naar de Chinese Muur wilden en of zij de kaartjes alvast voor ons moest regelen. Dat leek ons uitstekend. We gaven aan dat we graag met de gondel omhoog wilden en zij zou de rest regelen.

Maar voordat we ook maar één stap richting de muur zetten, was er eigenlijk maar één ding dat we nodig hadden. Slaap. We waren namelijk kapot.

Na de reis vanuit Bangkok en een groot deel van de nacht onderweg te zijn geweest, waren onze energiereserves behoorlijk leeg. Het was daarom heerlijk dat we direct onze kamer in konden. We sloten de gordijnen, gingen liggen en waren volgens mij allemaal binnen enkele minuten vertrokken.

Een paar uur later werden we een compleet ander mens wakker.

Dit was precies waarom het zo fijn was om tijdens die lange overstap een accommodatie te boeken. Natuurlijk kostte het wat extra geld, maar in plaats van twintig uur uitgeput op een vliegveld rond te hangen of met onze handbagage door Beijing te lopen, konden we douchen, slapen en daarna uitgerust aan ons laatste avontuur beginnen.

Eerst nog een heerlijke zelfgemaakte maaltijd

Voordat we richting de Chinese Muur vertrokken, bestelden we bij onze accommodatie nog iets te eten. Dat bleek opnieuw een schot in de roos. We kregen een heerlijke stevige, zelfgemaakte Chinese maaltijd voorgeschoteld en na de korte nacht smaakte dat werkelijk fantastisch.

De sfeer rondom de accommodatie was bovendien totaal anders dan tijdens onze eerste tussenstop in Beijing. Toen stonden we midden in de enorme hoofdstad, tussen drukke wegen, winkelstraten, camera’s en duizenden mensen. Nu zaten we in een rustig dorpje tussen de bergen. Het voelde bijna alsof we in een compleet ander land waren beland.

Na het eten was het dan eindelijk tijd voor hetgeen waarvoor we deze tussenstop eigenlijk hadden georganiseerd. De Chinese Muur.

Naar de Chinese Muur bij Mutianyu

Mutianyu is een van de bekendste delen van de Chinese Muur en ligt in een bergachtig gebied ten noordoosten van Beijing. In tegenstelling tot sommige gedeelten dichter bij de hoofdstad staat Mutianyu bekend om het indrukwekkende berglandschap en de goed gerestaureerde delen van de muur. Voor ons was vooral de ligging ideaal: vanuit ons hotel zaten we er praktisch naast.

Toen we aankwamen, merkten we wel direct dat we niet de enigen waren die de Chinese Muur wilden bekijken. Waar het in het dorp nog heerlijk rustig was geweest, liepen hier behoorlijk wat toeristen rond. Toch voelde het nergens zo extreem druk als bijvoorbeeld bij Maya Bay in Thailand.

Omdat onze host de tickets al voor ons had geregeld, verliep alles opvallend soepel. We hadden vooraf aangegeven dat we met de gondel omhoog wilden. Bij de ingang lieten we onze paspoorten zien en niet veel later stapten we in.

Langzaam gingen we omhoog tussen de groene bergen.

En hoe hoger we kwamen, hoe meer delen van de Chinese Muur zichtbaar werden.

Dan realiseer je je ineens dat je werkelijk naar een bouwwerk kijkt dat zich kilometerslang over de bergkammen uitstrekt.

Ineens stonden we bovenop de Chinese Muur

En daar stonden we dan.

Bovenop de Grote Muur van China.

Het is eigenlijk moeilijk om goed onder woorden te brengen hoe indrukwekkend dat moment is. Iedereen kent de Chinese Muur. Je hebt hem tientallen keren op foto’s gezien, in documentaires voorbij zien komen en waarschijnlijk op school al over het bouwwerk geleerd. Maar wanneer je er zelf bovenop staat en in beide richtingen over de bergtoppen kijkt, begrijp je pas echt hoe enorm het geheel is.

De Chinese Muur is bovendien niet één enkele ononderbroken muur die op één moment werd gebouwd. Het is een enorm systeem van muren, wachttorens en verdedigingswerken dat gedurende vele eeuwen door verschillende Chinese dynastieën werd aangelegd, aangepast en uitgebreid. Vooral tijdens de Ming-dynastie werden grote delen versterkt tot de stenen muur die we tegenwoordig herkennen.

Maar eerlijk gezegd dacht ik daar op dat moment niet eens zoveel over na.

Ik keek vooral om me heen.

Overal bergen.

En over vrijwel iedere bergrug leek de muur verder te lopen.

Kilometers wandelen over de muur

We besloten niet alleen even naar boven te gaan voor een foto en daarna weer naar beneden te vertrekken. Als we hier dan toch waren, wilden we ook echt een stuk over de muur lopen.

Dus begonnen we te wandelen.

Eerst de ene kant op en daarna ook nog een behoorlijk stuk de andere richting. Sommige gedeelten liepen redelijk vlak, maar op andere stukken gingen de trappen behoorlijk steil omhoog en omlaag. Dat maakt ook direct duidelijk hoe bijzonder het moet zijn geweest om zo’n verdedigingswerk juist in dit bergachtige landschap te bouwen.

Onderweg kom je regelmatig door wachttorens en poorten. Vanuit de openingen kijk je over de groene bergketens en telkens zie je verderop weer een volgend gedeelte van de muur omhoogklimmen.

Wat mij daarnaast opviel waren de muziek. Op verschillende plekken klonk typische Chinese muziek uit luidsprekers. Misschien is dat voor sommigen een beetje toeristisch, maar ik vond het eigenlijk wel bijdragen aan de ervaring. Je loopt daar door een eeuwenoud Chinees verdedigingswerk, kijkt uit over de bergen en op de achtergrond hoor je traditionele muziek.

Voor even vergat ik eigenlijk volledig dat we nog geen halve dag eerder vanuit Thailand waren gekomen en later die avond alweer richting Europa zouden vliegen.

Een Kungfu-uitvoering als bonus

Toen we uiteindelijk terug begonnen te lopen richting de gondel kwamen we nog langs een soort voorstelling waarbij verschillende artiesten Chinese krijgskunsten demonstreerden. Daar bleven we natuurlijk even voor staan.

We zagen allerlei stunts met onder andere stokken, speren, zwaarden en andere traditionele wapens. De ene beweging ging nog sneller dan de andere en verschillende demonstraties zagen er behoorlijk spectaculair uit.

Of dit nu puur voor toeristen werd georganiseerd of onderdeel was van een groter programma maakte ons eigenlijk niet zoveel uit. Het was gewoon een leuke onverwachte toevoeging aan ons bezoek.

Nadat de show was afgelopen liepen we verder richting de gondel. Nog één keer keken we uit over de muur en de bergen.

Daarna gingen we weer naar beneden.

Nog even een Chinese winkel zoeken

Op de terugweg naar onze accommodatie wilden we eigenlijk nog graag een Chinese supermarkt of winkel bezoeken. Niet eens omdat we iets specifieks nodig hadden, maar gewoon om nog wat kleine dingen mee te nemen en voor de laatste keer even tussen producten rond te kijken die je thuis niet tegenkomt.

We vonden uiteindelijk een klein winkeltje waar we wat laatste spulletjes insloegen en liepen daarna rustig terug naar het hotel.

Inmiddels begon de avond te vallen. Onze twintig uur in China waren ineens bijna voorbij.

Een warme douche en terug naar het vliegveld

Terug bij onze accommodatie hadden we gelukkig nog even de tijd om rustig aan te doen. We namen allemaal een heerlijke warme douche, pakten onze spullen opnieuw in en maakten ons klaar voor de laatste autorit van de reis.

Niet veel later verscheen onze vrolijke zingende chauffeur weer. Daar gingen we opnieuw.

Met zijn drieën de auto in, richting Beijing Capital International Airport.

Net zoals die ochtend konden we nauwelijks met hem communiceren, maar inmiddels voelde het bijna alsof we afscheid namen van een oude bekende. We reden door het donker terug richting Beijing en langzaam kwamen de lichten van de stad weer in zicht.

Dit keer gingen we echter niet meer naar Tiananmen Square of een winkelstraat. We gingen naar huis.

Was die lange tussenstop in Beijing het waard?

Toen ik onze tickets maanden eerder boekte, was de lange tussenstop vooral een manier geweest om goedkoop naar Bangkok te vliegen én tegelijkertijd nog iets van China te zien. Op onze laatste dag in Thailand had ik er eerlijk gezegd even spijt van. Twintig uur overstappen na zo’n lange reis voelde ineens als een ontzettend vermoeiend vooruitzicht.

Achteraf had ik me nergens zorgen over hoeven maken.

Door een accommodatie te boeken waar we vroeg konden inchecken, konden we eerst een paar uur slapen. Daarna kregen we een heerlijke maaltijd en stonden we nog diezelfde middag bovenop een van de beroemdste bouwwerken ter wereld.

Goedkoop was dit uitstapje uiteindelijk overigens niet.

Alles bij elkaar waren we ongeveer €330 kwijt voor drie personen. Daarvoor hadden we de overnachting, vervoer van en naar het vliegveld, onze kaartjes en gondel voor de Chinese Muur en een goede, stevige maaltijd.

Voor een tussenstop is dat natuurlijk best een flink bedrag. Maar zou ik het opnieuw doen? 100 procent.

Als alternatief hadden we twintig uur op of rondom een vliegveld kunnen doorbrengen en waarschijnlijk vooral ontzettend moe en chagrijnig kunnen worden. Nu sliepen we een paar uur, aten we heerlijk, reden we door het Chinese platteland en wandelden we enkele kilometers over de Chinese Muur.

Dan weet ik wel welke herinnering ik liever mee naar huis neem.

Het perfecte einde van onze reis

Tijdens de autorit terug naar het vliegveld begon langzaam het besef te komen dat onze reis nu echt voorbij was.

Wat ooit begon met het zoeken naar goedkope tickets via Google Flights was uitgegroeid tot een reis waarin we ontzettend veel verschillende kanten van Azië hadden gezien. Onze eerste tussenstop bracht ons naar Tiananmen Square en de buitenkant van de Verboden Stad. Daarna kwamen we aan in Bangkok, zwierven we over Chatuchak Market en fietsten we met Co van Kessel door de smalle straatjes van Chinatown.

In Krabi stonden we ineens midden tussen tropische kalkstenen rotsen, liepen we met olifanten door de jungle en reden mijn zoon en ik onder de modder op ATV’s. We voeren naar Maya Bay, snorkelden tussen kleurrijke vissen en zagen kleine zwartpuntrifhaaien. Op Koh Phangan reden we met scooters over het eiland, ontdekten we stranden, bezochten we Haad Rin en stond ik voor zonsopkomst alleen in de jungle tussen wilde makaken. Een dag later kon ik ook nog een felgroene slang van mijn persoonlijke wildlife-lijst afstrepen.

Daarna kwamen we terug in Bangkok en zagen we opnieuw hoe onmogelijk het is om die stad in één hokje te plaatsen. Eeuwenoude tempels, futuristische shoppingmalls, smalle klongs, gigantische watervaranen en de chaos van Khao San Road: alles lijkt er naast elkaar te bestaan.

En nu stonden we als afsluiting ook nog bovenop de Chinese Muur. Beter hadden we deze reis eigenlijk niet kunnen eindigen.

Niet iedere dag verliep zoals we vooraf hadden gedacht. Hotels zaten vol, het regende tijdens onze boottocht, scooters wilden ineens niet starten, schoenen bleven dagenlang nat en soms hadden we ’s ochtends nog geen idee waar we de volgende dag zouden slapen. Maar juist dat maakte deze reis voor ons zo leuk.

We hadden een globaal plan, maar lieten onderweg genoeg ruimte over om van gedachten te veranderen. Om ergens langer te blijven. Om plotseling een scooter te huren. Om een bordje naar een waterval te volgen. Of om tijdens een twintig uur durende overstap toch maar een hotel bij de Chinese Muur te boeken.

Onze Thailandreis eindigde daardoor uiteindelijk niet in Thailand. Hij eindigde bovenop een berg in China, uitkijkend over een muur die aan de horizon steeds verder over de bergkammen verdween. En eerlijk gezegd kon ik me geen mooiere afsluiting wensen.

Previous «