Na onze avonturen op Koh Phangan zat het rondreizen door Thailand er langzaam op. We namen de boot terug richting het vasteland, reisden door naar Surat Thani Airport en stapten daar op het vliegtuig naar Bangkok. Daarmee waren we weer terug op de plek waar onze reis door Thailand een paar weken eerder was begonnen. Alleen wilden we het deze keer qua accommodatie iets anders aanpakken.
Tijdens onze eerste dagen in Bangkok hadden we in het prachtige Divalux Resort & Spa verbleven. Een heerlijk hotel met grote kamers, een mooi zwembad en een uitstekend ontbijt, maar achteraf gezien was de ligging voor een bezoek aan Bangkok niet ideaal. Iedere keer wanneer we naar het centrum wilden, waren we behoorlijk wat tijd kwijt aan vervoer. Voor onze laatste dagen kozen we daarom bewust voor een kleinschaliger hotel midden in de stad: Excel Hotel. Minder resortgevoel, maar daarvoor kregen we iets terug wat in Bangkok misschien nog wel belangrijker is: een centrale ligging. Vanaf ons hotel konden we bijvoorbeeld gewoon naar Khao San Road lopen.
En daar besloten we onze eerste avond meteen maar eens een kijkje te nemen.
Onze eerste avond op Khao San Road
Over Khao San Road had ik vooraf al genoeg verhalen gehoord. Het zou een straat zijn waar werkelijk alles mogelijk is en waar je, bij wijze van spreken, alles kunt doen wat God verboden heeft. Bars, backpackers, goedkope massages, streetfood, tatoeages, feestende toeristen en allerlei vormen van entertainment waarvan je misschien niet eens wist dat ze bestonden.
Toen we aan het begin van de straat aankwamen, viel dat in eerste instantie eigenlijk best mee. Het was druk en toeristisch, maar niet direct zo extreem als ik me op basis van de verhalen had voorgesteld. We zochten eerst ergens een plek om te eten en liepen daarna rustig verder langs de winkeltjes, bars en kraampjes.
Hoe verder we kwamen, hoe duidelijker het echter werd waar Khao San zijn reputatie vandaan heeft.
Bars werden luider, verkopers probeerden je allerlei dingen aan te smeren en we werden op een gegeven moment bijna doodgegooid met aanbiedingen voor zogenaamde pingpongshows. Voor wie niet bekend is met die term: dit zijn expliciete seksshows die vooral in bepaalde uitgaansgebieden van Bangkok aan toeristen worden aangeboden. Het was voor ons vooral bijzonder hoe openlijk en voortdurend ermee geadverteerd werd.
Daarmee begon Khao San Road steeds meer te lijken op de plek die vooraf aan ons was omschreven. Tegelijkertijd vond ik het ook weer niet zo heftig dat je er als gewone bezoeker niets te zoeken hebt. Je kunt er prima eten, wat drinken, mensen kijken en door de winkeltjes struinen. Alleen moet je er wel rekening mee houden dat het straatbeeld naarmate de avond vordert wat uitbundiger wordt.
Wat Suthat Thepwararam: een compleet andere kant van Bangkok







De volgende ochtend stond er iets totaal anders op het programma. We bezochten Wat Suthat Thepwararam, een van de belangrijke boeddhistische tempels van Bangkok. Alleen al het contrast met de avond ervoor kon bijna niet groter zijn. Waar Khao San Road draaide om neonlichten, muziek en uitgaan, heerste rondom Wat Suthat juist een veel rustigere sfeer.
En wat was deze tempel indrukwekkend.
Wat Suthat werd aan het begin van de negentiende eeuw in opdracht van koning Rama I begonnen en werd uiteindelijk tijdens de regering van Rama III voltooid. In de grote viharn staat Phra Sri Sakyamuni, een belangrijke Boeddha-afbeelding die oorspronkelijk afkomstig is uit Sukhothai. Ook de rijk bewerkte deuren van de tempel staan bekend als bijzondere voorbeelden van Thaise houtsnijkunst uit de Rattanakosin-periode.
Wat mij bij binnenkomst vooral opviel waren de enorme aantallen gouden Boeddhabeelden. Onder de overdekte galerijen rondom het centrale tempelgebied stonden rijen en rijen beelden naast elkaar. Het leken er honderden te zijn en doordat ze vrijwel allemaal dezelfde goudkleur hadden (er zaten ook enkele zwarte boeddha’s tussen), vormden ze samen een ontzettend indrukwekkend geheel.
In de hoofdtempel stond vervolgens een nog veel grotere gouden Boeddha. Toch vond ik niet alleen het beeld zelf bijzonder. Vooral de muren trokken mijn aandacht. Vrijwel iedere beschikbare ruimte was beschilderd met gedetailleerde voorstellingen en taferelen. Je kunt er minutenlang naar kijken en telkens weer iets nieuws ontdekken. Ook de deuren waren prachtig bewerkt en beschilderd.



Rondom de gebouwen liggen bovendien kleine tuinen en binnenplaatsen met allerlei beelden en decoraties. Juist doordat er zoveel verschillende details zijn, is Wat Suthat een plek waar je rustig een tijdje kunt rondlopen. De tempel ligt bovendien vlak bij de beroemde Giant Swing, een enorm rood bouwwerk dat eveneens met de religieuze geschiedenis van dit gedeelte van Bangkok verbonden is.
Van tempel naar MBK Center



Na ons bezoek aan de tempel vonden we het tijd voor iets compleet anders. Onze reis liep langzaam richting zijn einde en we wilden nog wat souvenirs en kleding kopen. Dus gingen we richting een van de enorme shoppinggebieden van Bangkok.
We kwamen terecht bij MBK Center. Het ligt centraal in Bangkok, vlak bij National Stadium en Siam, en is al jarenlang een van de bekendste shoppingmalls van de stad.
MBK is totaal anders dan de luxe shoppingmalls die we later die dag zouden zien. Je vindt er ontzettend veel kleinere winkels, stalletjes en verkooppunten. Kleding, telefoons, elektronica, souvenirs, sneakers en horloges: je kunt bijna niets bedenken wat ze er niet verkopen. Daarnaast kom je er veel kleding en accessoires tegen die eruitzien als bekende designermerken. Of alles daarvan officieel uit de fabriek van het merk komt, laat ik maar even in het midden.
Het gebouw zelf is al enorm en we hadden gemakkelijk uren door alleen MBK kunnen lopen. Voor we serieus gingen shoppen, besloten we eerst iets te eten. We kwamen terecht in een gigantisch Chinees restaurant dat bijna rechtstreeks uit een film leek te komen. Rode kleuren, gouden draken, rode lampionnen en een enorme eetzaal. Precies zo’n plek waar je in Nederland waarschijnlijk niet zomaar tijdens een middagje winkelen binnenloopt.
Na het eten gingen we verder. En toen ontdekten we dat MBK eigenlijk pas het begin was.
Een compleet netwerk van gigantische shoppingmalls
Wanneer je MBK via een van de hogere verdiepingen verlaat, kun je terechtkomen op verhoogde looproutes en skywalks die verschillende delen van het winkelgebied rondom Siam met elkaar verbinden. Vanaf daar kun je richting andere shoppingcentra lopen zonder telkens helemaal terug naar straatniveau te hoeven.
En die malls worden steeds indrukwekkender.
De ene is nog groter en luxer dan de andere. Glimmende marmeren vloeren, enorme atriums, restaurants, luxe automerken, designerwinkels en complete verdiepingen vol entertainment. Op een gegeven moment had ik geen idee meer in welk gebouw we precies liepen. Het voelt bijna als één gigantisch doolhof van winkelcentra dat zich over meerdere straten uitstrekt.
En toen kwamen we terecht bij NEXTOPIA.
NEXTOPIA: wat is dit in hemelsnaam?





Ik heb tijdens onze reis heel wat vreemde en bijzondere plekken gezien, maar NEXTOPIA was lastig in een categorie te plaatsen.
Het bevindt zich in Siam Paragon en wordt door het winkelcentrum zelf omschreven als een soort prototype van een duurzame stad van de toekomst. Het concept draait om nieuwe technologie, duurzamer leven, innovatieve bedrijven en interactieve ervaringen. NEXTOPIA opende eind 2025 en beslaat de vijfde en 5A-verdieping van Siam Paragon.
Maar die omschrijving legt nog steeds niet helemaal uit hoe het voelt wanneer je er rondloopt.
Het is een soort combinatie van winkelcentrum, futuristisch stadspark, expositieruimte, foodconcept en technologiebeurs. Overal gebeurt iets. Er zijn planten, installaties, opvallende vormen, verlichting en allerlei moderne concepten. Sommige delen voelen bijna alsof je in een filmdecor over de toekomst rondloopt.
Mijn eerste gedachte was eigenlijk simpel:
Dit is wel next level.
Het is zo’n plek die lastig in woorden uit te leggen is en waarbij foto’s veel meer zeggen dan een alinea tekst.
Bangkok liet hier opnieuw zien hoe groot de tegenstellingen binnen één stad zijn. Een paar uur eerder stonden we tussen eeuwenoude Boeddhabeelden en historische muurschilderingen. Nu liepen we door een futuristische omgeving waarin geprobeerd wordt te laten zien hoe steden er in de toekomst misschien uit kunnen zien.
Een boottocht door de klongs van Bangkok
Voor onze volgende dag wilde ik weer iets totaal anders doen. Bangkok wordt doorsneden door een enorm netwerk van waterwegen, de zogenaamde klongs, en ik had gelezen dat een boottocht door deze kanalen een leuke manier is om een heel andere kant van de stad te bekijken.
Dus zocht ik via Google naar een aanbieder.
Ik vond een telefoonnummer, stuurde of belde en kreeg vrijwel direct vriendelijk antwoord. We spraken af dat we om 14.00 uur zouden beginnen.
Makkelijk geregeld.
Dacht ik.
We waren wat eerder en ik liet ons bij het adres afzetten dat ik had gekregen. Daar aangekomen vroeg ik rond naar de touroperator.
Niemand kende hem.
Dat begon al lekker.
Ik nam opnieuw telefonisch contact op en toen bleek dat het bedrijf vanuit huis werkte en dat de daadwerkelijke boot ongeveer tien minuten rijden verderop bij een tempelcomplex op ons lag te wachten.
Dus opnieuw vervoer regelen en richting de aangegeven plek.
“Sir Paul?”
Bij het tempelcomplex aangekomen liepen we wat rond zonder precies te weten waar we moesten zijn. Tot er ineens een jong meisje naar ons toe kwam.
“Sir Paul?”
Yes.
“Your captain is waiting there for you.”
En zo zaten we niet veel later ineens met zijn drieën in een klein houten bootje op een kanaal in Bangkok.
Geen grote groep, geen enorme toeristenboot en geen uitgebreide briefing. Gewoon wij drieën en een kapitein.
Dat maakte het eigenlijk meteen ontzettend leuk.
Een compleet andere wereld achter Bangkok





Vrijwel onmiddellijk voeren we langs tempels en enorme Boeddhabeelden. Vanaf het water krijg je een totaal ander beeld van Bangkok. De moderne wegen en wolkenkrabbers verdwijnen naar de achtergrond en maken plaats voor houten huizen langs het water, kleine steigers, tempelcomplexen en restaurants die rechtstreeks aan het kanaal liggen.
Bangkok werd vroeger niet voor niets wel het Venetië van het Oosten genoemd. Vooral in Thonburi, aan de westkant van de Chao Phraya, is nog een uitgebreid netwerk van klongs te vinden. Sommige huizen zijn rechtstreeks aan het water gebouwd en bewoners gebruiken de kanalen nog steeds als onderdeel van hun dagelijkse leefomgeving.
Op een aantal plekken voeren we langs gigantische gouden Boeddhabeelden die ver boven de bebouwing uitstaken. Een bekende blikvanger tijdens veel klongtours is bijvoorbeeld de enorme gouden Boeddha van Wat Paknam Phasi Charoen, die vanaf verschillende kanalen goed zichtbaar is. Bootoperators in dit gebied nemen deze tempel dan ook vaak op in hun route.
En toen zag ik ineens iets in het water.
Zitten hier krokodillen?



In eerste instantie zag ik alleen een donkere vorm door het kanaal bewegen.
Wat is dat nou?
Een slang?
Het dier was daar duidelijk te groot voor.
Een krokodil dan?
Even later kwam er een kop boven het water uit en werd duidelijk wat we zagen.
Een enorme hagedis.
Tijdens de rest van de boottocht bleken ze werkelijk overal te zitten. Ze zwommen door de kanalen, lagen op betonnen oevers en zaten op sommige plekken doodgemoedereerd in de zon.
Het waren Aziatische watervaranen (Varanus salvator).
Deze grote varanen komen gewoon in Bangkok voor en voelen zich opvallend goed thuis in stedelijke gebieden met veel water. Onderzoek naar de soort laat zien dat Bangkok een behoorlijke stedelijke populatie heeft en de dieren worden vaak aangetroffen langs kanalen, vijvers en andere waterpartijen.
Sommige exemplaren kunnen indrukwekkend groot worden. Met hun lange staart en manier van zwemmen begrijp ik best dat je vanuit een varende boot heel even aan een krokodil denkt.
Na mijn groene slang op Koh Phangan konden deze gigantische hagedissen dus ook nog aan mijn lijstje bijzondere reptielen van Thailand worden toegevoegd.
Langs huizen, tempels en een orchideeënfarm
De tocht ging verder door steeds smallere kanalen. We voeren langs huizen waarvan de veranda bijna rechtstreeks boven het water hing, zagen kleine restaurants, passeerden verschillende tempels en konden vooral rustig kijken naar een kant van Bangkok die je vanaf de weg nooit ziet.
Dat vond ik misschien wel het leukste aan deze trip.
Je hebt niet het gevoel dat je van toeristische bezienswaardigheid A naar toeristische bezienswaardigheid B wordt gereden. Het is vooral kijken. Naar huizen, mensen, dieren en het leven langs het water.


Op een gegeven moment legden we aan bij een kleine orchideeënfarm. Zulke stops komen vaker voor tijdens langere klongtours in dit deel van Bangkok. Ook andere aanbieders combineren hun tocht bijvoorbeeld met een orchideeënkwekerij.
We kregen ongeveer twintig minuten om rond te lopen, de bloemen te bekijken en even naar het toilet te gaan. Daarna stapten we weer in ons bootje.
Ik ging er eigenlijk vanuit dat we via andere klongs terug zouden varen.
Dat bleek helaas niet het geval.
We namen vrijwel exact dezelfde route terug.
Dat vond ik een klein minpuntje, want tijdens zo’n tocht hoop je natuurlijk het liefst zoveel mogelijk nieuwe stukken te zien. Tegelijkertijd is de omgeving vanaf de andere vaarrichting soms weer net anders en de boottocht zelf bleef leuk genoeg.
Duizenden vissen voor de boot
Onderweg stopten we nog bij een kleine plek langs het water waar onze kapitein ons allemaal een zak brood gaf.
Zodra de eerste stukjes in het water belandden, gebeurde er iets bizar.
Het water begon bijna te koken.
Er zaten zó ontzettend veel vissen dat je hun lichamen letterlijk over elkaar heen zag bewegen. Zodra er een stukje brood neerkwam, schoten tientallen vissen tegelijk naar boven. Sommige sprongen zelfs gedeeltelijk uit het water in een poging een hap te bemachtigen.
En natuurlijk hadden de lokale duiven inmiddels ook ontdekt dat toeristen hier met brood aankomen.


Binnen enkele seconden was het één grote chaos van vissen, brood en vogels.
Achteraf zou ik bij dit soort activiteiten wel wat kritischer zijn op het voeren van wilde dieren, maar op dat moment was het vooral fascinerend om te zien hoeveel vissen er werkelijk in zo’n kanaal zitten.
Daarna voeren we het laatste stuk terug en arriveerden we weer bij het tempelcomplex waar onze tocht was begonnen.
Dan maar even naar ICONSIAM
We zaten inmiddels redelijk dicht bij ICONSIAM en mijn zoon had vooraf allerlei indrukwekkende foto’s en filmpjes van dit winkelcentrum gezien.
Dus vooruit.
Nog één gigantische shoppingmall dan.
Ik ben zelf niet iemand die tijdens een reis per se alle winkelcentra wil afgaan, maar zelfs ik moet toegeven dat ICONSIAM bijzonder is.
Het enorme complex ligt direct aan de Chao Phraya en combineert luxe winkels, restaurants en entertainment met architectuur die op sommige plekken bijna meer op een attractie dan op een winkelcentrum lijkt.
Een van de dingen die bij ons meteen indruk maakte was de enorme indoorwaterval. De zogenaamde Alangkarn Waterfall is ongeveer vijftien meter hoog en het water wordt zo aangestuurd dat er patronen, afbeeldingen en zelfs woorden in de vallende waterstralen kunnen verschijnen.



Nog één keer Bangkok in ons opnemen
Langzaam begon het besef te komen dat onze Thailandreis er echt bijna op zat. Diezelfde avond moesten we namelijk alweer richting het vliegveld voor onze vlucht naar Beijing.
Het voelde vreemd.
Een paar weken eerder waren we hier aangekomen zonder precies te weten wat we allemaal zouden gaan meemaken. Inmiddels hadden we door Bangkok gefietst met Co van Kessel tours, door de jungle van Krabi gereden, met olifanten gelopen, tussen haaien gesnorkeld in de buurt van Maya Bay, op scooters Koh Phangan verkend, wilde apen en een slang gezien en waren we nu via de klongs van Bangkok tussen enorme watervaranen door gevaren.
Onze laatste dagen in Bangkok pasten eigenlijk perfect bij de rest van de reis. We hadden opnieuw helemaal verschillende kanten van Thailand gezien. Van de rust en eeuwenoude kunst van Wat Suthat naar de chaos van Khao San Road, van goedkope kraampjes in MBK naar de futuristische wereld van NEXTOPIA en van eenvoudige huizen langs de klongs naar een vijftien meter hoge digitale waterval midden in ICONSIAM.
Bangkok blijft daardoor voor mij een stad van tegenstellingen.
Oud en nieuw. Arm en rijk. Chaotisch en rustig. Kleine straatkraampjes en gigantische luxe shoppingcentra. Eeuwenoude tempels naast futuristische architectuur.
Je denkt telkens een beetje te begrijpen wat voor stad Bangkok is en vervolgens kom je weer ergens terecht waar alles compleet anders voelt.
Maar voor ons zat Thailand er nu toch echt bijna op.
Laat op de avond zouden we opnieuw in het vliegtuig stappen richting Beijing, waar ons door die lange overstap nog één laatste avontuur wachtte voordat we definitief terug naar huis zouden vliegen.





